Kinderpsychologie

De ontwikkeling van kinderen verloopt niet altijd zonder zorgen. Soms kunnen problemen rond de ontwikkeling en opvoeding ontstaan waar niet direct een oplossing voor gezien wordt. Een kinderpsycholoog kan onderzoek doen en begeleiding geven om zo kind en gezin vooruit te helpen.

Het Praathuis is gespecialiseerd in de ontwikkeling van te vroeg geboren (premature en dysmature) kinderen.

Alle kinderen die vanuit de Neonatologieafdeling van een ziekenhuis naar huis gaan worden de eerste periode nog geregeld gezien door de kinderarts, omdat ze vaak nog kwetsbaar zijn en er een verhoogd risico op ontwikkelingsstoornissen bestaat.

Bij kinderen waarbij het in eerste instantie lijkt dat ze die eerste periode redelijk goed doorgekomen zijn, kunnen op de peuter- of basisschoolleeftijd toch problemen aan het licht komen. Problemen die niet vanzelf oplossen; er moet iets ondernomen worden om te voorkomen dat ze te groot worden.

Veel van deze kinderen krijgen het advies een jaartje extra te kleuteren op school in de hoop dat de tijd de problemen oplost. In dat extra jaar krijgen kinderen vaak geen speciale begeleiding, waardoor de achterliggende problemen blijven bestaan. Velen van hen lopen na dat jaar extra kleuteren alsnog vast in hogere groepen.

Om die reden is het beter om een beslissing te nemen na verder onderzoek. Eerst moet vastgesteld worden waar de grootste zorg ligt. Denk hierbij aan verstandelijke ontwikkeling, taalontwikkeling, concentratie, gedrag, motoriek of eventueel gezichtsvermogen of gehoor.

Naarmate kinderen ouder worden, komen er meer problemen aan het licht door de eisen die de maatschappij stelt. Als een kind naar peuterspeelzaal of school gaat, wordt er ook meer van hem gevraagd. Dan vallen soms beperkingen op die nog niet eerder werden gezien.
Een kind heeft concentratieproblemen, begrijpt opdrachten niet voldoende, is verlegen of juist druk of kan zich niet goed uitdrukken. Ook vallen vaak lichtere motorische stoornissen op zoals houterigheid of problemen in de fijne motoriek. Dit belemmert het normale leren op school en ook het leren van alledaagse vaardigheden zoals veters strikken, maar ook het wachten op je beurt.
Stuk voor stuk kunnen deze problemen nog wel meevallen, maar door de combinatie zijn ze vaak wel lastig te hanteren.

Gedragsproblemen

Gedragsproblemen kunnen van alles omvatten. Slechte concentratie bijvoorbeeld, niet kunnen of willen luisteren, geen geduld hebben om uitleg te krijgen, iets willen en daaraan blijven vasthouden. Er zijn ook kinderen die moeilijk samen kunnen spelen of die het lastig vinden dat ze even moeten wachten, omdat de juf met iets anders bezig is. Er zijn kinderen die het heel lang moeilijk hebben als hun vader of moeder weggaat, of juist kinderen die het niet kan schelen – beide soorten gedrag kunnen wijzen op hechtingsproblemen.

Gedragsproblemen zijn vaak aanpassingsproblemen: een kind dat zich anders gedraagt dan andere kinderen, bijvoorbeeld extreem boos wordt als iets niet lukt of als hij iets dat hij graag wil niet voor elkaar krijgt. Vaak gaat het om dingen als: driftig worden, pesten, je niet aan de regels houden, geen (echte) vriendjes hebben of zich moeilijk kunnen inleven in anderen.

De andere kant wordt vaak vergeten, maar ook een kind dat zich terugtrekt, zich nergens over opwindt, slachtoffer is van pesten, altijd braaf doet wat er gezegd wordt, kortom: nooit over grenzen heen gaat kan net zo goed een probleem hebben. Vaak wordt dit niet opgemerkt; een dergelijk kind wordt immers niet als ‘lastig’ ervaren.

Fijne motoriek

Vaak wordt bij te vroeg geboren kinderen op de basisschoolleeftijd ontdekt dat ze problemen hebben met de fijne motoriek. Dit soort problemen heeft meestal als oorzaak het niet goed aangemaakt zijn van verbindingen in de hersenen, die normaal in de laatste drie maanden van de zwangerschap worden gemaakt – de tijd die het kind vaak in de couveuse heeft doorgebracht. Dat proces gaat wel door na de geboorte, maar op een andere manier. Op de kleuterleeftijd kan dan opvallen dat een kind bijvoorbeeld moeilijk ‘binnen de lijntjes’ kan kleuren of niet netjes kan knippen. Hulp van een ergotherapeut of kinderfysiotherapeut kan dan zinvol zijn.

Leerproblemen

Veel te vroeg geboren kinderen zijn kwetsbaar wat betreft de leerprocessen op de schoolleeftijd. Vaak vallen de
eerste levensjaren mee, maar het neurologisch systeem ontwikkelt zich verder. Op de schoolleeftijd, bij het leren,
worden er andere eisen gesteld aan de hersenfuncties en dan merk je dat het leerproces wel kan haperen. Dat wil zeggen dat het lezen, spellen en vaak ook het rekenen wel komt, maar niet in het tempo dat ‘normaal’ is in het reguliere basisonderwijs. Het leren lezen en spellen gaat niet altijd vanzelf. Het kan extra inspanning en oefening kosten, waardoor het leertempo minder snel verloopt.

Met behulp van psychologisch onderzoek kunnen de leerproblemen in kaart worden gebracht en kan, in overleg met ouders en school, een plan van aanpak worden opgesteld. Hierbij is het belangrijk ook oog te hebben voor de relatief sterke kanten van het kind en deze te benutten om hem te helpen en te steunen in het ontwikkelen van een positief zelfbeeld.